Bijna 150 jaar zeeleeuwen in ARTIS

Van een natuurstenen zeeleeuwenrots met duikplank tot een modern bassin met onderwaterramen: Californische zeeleeuwen maken al sinds 1877 deel uit van de geschiedenis van ARTIS. Bijna 150 jaar later komt dit tijdperk ten einde.

Een terugblik op de zeeleeuwen en hun verblijven in ARTIS

De eerste zeeleeuwen in ARTIS

In 1877 kwamen de eerste twee zeeleeuwen naar ARTIS. De dieren waren een geschenk van E.W. Cramerus, destijds voorzitter van het bestuur van het Koninklijk Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra.

In de negentiende eeuw bestond er een levendige handel in wilde dieren. ARTIS kocht in die periode dieren aan of ontving ze als geschenk. Tegenwoordig gebeurt dit niet meer. Dieren komen naar ARTIS binnen internationale samenwerkingsverbanden en soortbehoudprogramma’s.

De eerste zeeleeuwen werden tijdelijk ondergebracht in het buitenbassin van de nijlpaarden. Lang hoefden ze niet op een eigen verblijf te wachten.

Een zeeleeuwenrots van natuursteen

In 1878, tijdens het veertigjarig bestaan van ARTIS, werd de Zeeleeuwenrots geopend. Ook dit verblijf was een geschenk van Cramerus. Architect Gerlof Salm ontwierp de rots. Hij was in die jaren de vaste architect van ARTIS en werkte ook aan onder meer de ARTIS-Bibliotheek en het Aquarium. Voor het ontwerp liet Salm zich inspireren door het zeeleeuwenverblijf van ZOO Antwerpen. Zijn zoon Abraham reisde naar Antwerpen en kwam terug met schetsen. In Amsterdam verrees vervolgens een vrijwel exacte kopie, inclusief duikplank.

Zeeleeuwen op het Kerbertterras

De oorspronkelijke Zeeleeuwenrots bleef precies honderd jaar bestaan. In 1978 werd het inmiddels bouwvallige verblijf afgebroken. De rots stond op instorten, het bassin lekte en bezoekers konden de dieren niet onder water zien zwemmen. Tijdens de verbouwing verbleven vier zeeleeuwen en een opgevangen grijze zeehond tijdelijk op het Kerbertterras, het toenmalige leeuwenverblijf.

Een modern verblijf met onderwaterramen

Na twee jaar bouwen opende in 1980 een nieuw verblijf voor zeezoogdieren. Het lag ongeveer op dezelfde plek achter in ARTIS-Park. Het ontwerp sloot aan bij andere verblijven uit die periode, met strak gevormde rotsen en stranden van beton. Het complex bood plaats aan Californische zeeleeuwen, gewone zeehonden en een grijze zeehond. De grootste verandering was het diepe bassin. Voor het eerst konden bezoekers de zeeleeuwen door onderwaterramen zien zwemmen.

De zeeleeuwen groeiden uit tot echte publiekslievelingen

Meer dan snelle zwemmers

Californische zeeleeuwen groeiden uit tot echte publiekslievelingen. Ze zijn actief, sociaal, intelligent en opvallend luidruchtig. Tijdens voedermomenten lieten ze hun behendigheid zien. Ook de samenwerking tussen de dieren en hun verzorgers tijdens medische trainingen was bijzonder om te volgen.

De zeeleeuwen speelden bovendien een belangrijke rol in educatie. Hun lichaamsbouw vertelt het verhaal van zoogdieren die zich in de loop van de evolutie opnieuw aanpasten aan een leven in zee. In hun natuurlijke leefgebied zijn zeeleeuwen als roofdieren een belangrijk onderdeel van het ecosysteem.

Afscheid van de zeeleeuwen

Na bijna 150 jaar komt er een einde aan de geschiedenis van Californische zeeleeuwen in ARTIS. Het huidige verblijf voldoet niet meer aan de eisen die ARTIS stelt aan de huisvesting van zeezoogdieren. De laatste drie zeeleeuwen verhuizen daarom naar een ander dierenpark. Daar krijgen ze een verblijf dat beter past bij hun behoeften.

Met het vertrek van de zeeleeuwen ontstaat ruimte voor een nieuwe invulling. Het verblijf wordt verbouwd tot een leefomgeving voor de Afrikaanse pinguïns.

Beeldrechten

  • Zeeleeuwenverblijf ARTIS, 1899, E.A. Neuhauser, Stadsarchief Amsterdam
  • Het Zeehondenverblijf In Artis, Plantage Kerklaan 40, C. 1900, Maker Onbekend, Stadsarchief Amsterdam
  • 1933, Willem Van De Poll, Fotocollectie Van De Poll, Nationaal Archief
  • Opening Nieuwe Verblijf, 1980 04 24, Fernando Pereira, Fotocollectie Anefo, Nationaal Archief
  • Een Drukte Van Belang Bij De Zeeleeuwen Die In Het Water Duiken. Amsterdam, 1910, Het Leven, Nationaal Archief