Onderzoek naar DNA
ARTIS onderzoekt het DNA van verschillende dieren om meer te leren over hun afkomst en gezondheid. Deze kennis draagt bij aan het behoud van diersoorten – nu en in de toekomst.
Waarom is onderzoek naar DNA belangrijk?
Dankzij snelle ontwikkelingen op het gebied van DNA-onderzoek krijgen we steeds beter inzicht in de genetische variatie van diersoorten in dierentuinen. Dat is belangrijk om diersoorten op lange termijn te beschermen en behouden.
Dieren passen zich aan hun omgeving aan. En het is belangrijk dat ze dat aanpassingsvermogen houden, ook in dierentuinen. Door te kijken naar het DNA van dieren, kunnen we inteelt of problemen met erfelijke ziektes voorkomen. DNA geeft ook inzicht in de herkomst van dieren: waar komen de voorouders van de dieren in de dierentuin precies vandaan? Deze informatie is van groot belang bij een eventuele terugkeer naar het wild. Hoe beter die herkomst bekend is, hoe groter de kans op succes.
ARTIS onderzoekt genetische diversiteit
ARTIS coördineert het soortbehoudprogramma (EEP) van verschillende diersoorten. Voor de kleine kantjil, de Californische stierkophaai en de kleine verpleegsterhaai is nu genetisch onderzoek gestart. Daarbij wordt samengewerkt met onderzoekers van de Animal Breeding & Genomics-vakgroep van Wageningen Universiteit (WUR) en de Ecology & Evolution-vakgroep van de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU).
Voor elke soort worden andere vragen onderzocht. Het DNA helpt om antwoorden te vinden die bijdragen aan bescherming en behoud:
- Hoe groot is de genetische diversiteit binnen de dierentuinpopulatie?
- Hoe kan het soortbehoudprogramma worden aangepast om die variatie te behouden of zelfs te vergroten?
- Waar komen de voorouders van de dieren oorspronkelijk vandaan?
- Hoe verschillend zijn de populaties van elkaar, en is het nodig om ze gescheiden te houden?
- Welke dieren zijn geschikt voor een eventuele terugkeer naar het wild?
Het onderzoek wordt mede mogelijk gemaakt door steun van de Barbara Eveline Keuning stichting.