Ringstaartmaki uit de opvang vindt geen aansluiting in makigroep

Zaterdag 15 november hebben de kijkers van de NPO serie ‘Bij ons in de dierentuin’ kennisgemaakt met een ringstaartmaki die, afkomstig uit de opvang, werd geïntroduceerd in de makigroep in ARTIS.

Afgelopen jaar werd dit jonge mannetje samen met andere exotische dieren door Stichting AAP bij een particulier in beslaggenomen. Geïsoleerd opgegroeid bij mensen thuis vertoont hij verstoord (sociaal) gedrag. Boy Roeles, verzorger van de ringstaartmaki’s, was nauw betrokken bij de introductie.

Boy: ”Ringstaartmaki’s leven normaal gesproken in grotere groepen. Ze zijn enorm sociaal en voornamelijk met elkaar bezig – bijvoorbeeld met vachtverzorging. Ze communiceren met geur en vocaal, en leven in een duidelijke hiërarchie waarbij de vrouwtjes de baas zijn.”

Ze konden elkaar niet lezen

Na aankomst dit voorjaar in ARTIS is het mannetje eerst in quarantaine geplaatst, waarna hij langzaam maar zeker bij de groep is geïntroduceerd. “Allereerst door hem in een met glas afgesloten ruimte naast de groep te zetten, zodat ze elkaar konden zien. Daarna werd de afscheiding meer open; met gaas, zodat ze op een veilige manier contact konden maken, ruiken en voelen. Hij vond het heel interessant, maar was tegelijkertijd vooral bezig om aandacht van ons, de verzorgers te krijgen. Iets wat wij zo veel mogelijk afhielden, wat hij duidelijk niet leuk vond, omdat hij moest leren hoe zich als een ringstaartmaki te gedragen. De groep was ondertussen niet echt met hem bezig, wat betekende dat de interactie niet vanzelf kwam.”

 

“Om dat te bewerkstelligen, hebben we vervolgens één voor één de ringstaartmaki’s bij hem geplaatst. De meest rustige en zachtaardige eerst en als laatste de leider van onze groep. Maar we zagen al snel: hij hield zich afzijdig. Dat is in het begin in principe prima, maar de aansluiting kwam ook na verloop van tijd niet. Ondertussen begon hij wat ‘agressieve’ tekenen, voornamelijk met geur, te vertonen naar de groep in plaats van ze rustig te benaderen om geaccepteerd te worden. De andere ringstaartmaki’s snapten hem niet en hij begreep de ‘groepsregels’ niet. Ze konden elkaar niet lezen. We hebben van alles geprobeerd om ze een band op te laten bouwen. Door te werken met geuren, met verblijfsaanpassingen en gedragstraining, maar we kwamen niet verder.”

 

Exotische dieren zijn geen huisdieren

“Dat is moeilijk om te zien”, vertelt Boy. “Je gunt een dier het mooiste. Je wilt dat hij weer een sociaal volwaardige ringstaartmaki kan zijn. Maar als onze groep hem er niet bij wil hebben en hem niet gelukkig kan maken, dan is dat ook niet de oplossing.” In de zomer is er ook een groep maki’s overgekomen vanuit Diergaarde Blijdorp. “We hebben het mannetje ook bij deze groep geïntroduceerd – om hem dan via die weg binnen onze groep te laten landen, maar ook daar was geen aansluiting. Er zat niets anders op dan weer afscheid van hem te nemen. Hij voelde zich niet goed bij ons en de groep werd onrustig van hem. Bij Stichting AAP hopen ze hem nu te introduceren bij twee ringstaartmaki’s met eenzelfde achtergrond als hij.” Het laat zien wat het houden van een exotisch huisdier doet met een dier. Primaten zijn sociaal, hebben soortgenoten nodig binnen een groep en professionele verzorging. Boy: “Door op te groeien als huisdier miste hij van alles in zijn gedrag. Hij wist niet hoe een ringstaartmaki zich gedraagt, wat een ringstaartmaki is. Mensen denken daar vaak niet bij na, denken dat een exotisch huisdier leuk is. Maar daarbij denken ze vooral aan zichzelf, want voor een dier is dat nooit leuk.”

Succesvolle introducties

“Of het nu een opvangcentrum is of een dierentuin, we hebben allemaal hetzelfde doel: goed voor dieren zorgen” vult manager Plant & Dier Tjerk ter Meulen aan. “En wanneer ARTIS daarin een rol kan spelen, waarbij de dieren passen binnen een bestaande groep en mogelijk zelfs opgenomen kunnen worden in een soortbehoudsprogramma, dan doen we dat.”

Een vast recept voor succes is er niet. Tjerk: “Of een introductie lukt, is echt per dier verschillend. En ook de omstandigheden waarin een dier is gehouden, spelen een rol. Bij primaten is een introductie vaak lastiger, omdat zij sociale groepsdieren zijn. Máár, ook daar is het mogelijk. Zo zijn twee dwergoeistiti’s na een zorgvuldig proces succesvol in de groep opgenomen. Plaatsing binnen de soortgroep is overigens geen vereiste. Zo hebben we een stinkdier geïntroduceerd bij wasberen, waar ze goed mee kunnen samenleven. Verder heeft een opgevangen torenvalk inmiddels voor nageslacht gezorgd en zijn er verschillende reptielen uit erkende opvangcentra bij ons gekomen.”  

“Zolang er tijdens de introductie vooruitgang is, is er hoop. En zolang het niet voor onrust zorgt, bij zowel het nieuwe dier als de bestaande groep, grijpen we alles aan om het dier de kans te geven die het verdient.”

Hoe gaat het nu met de ringstaartmaki?

Door Stichting AAP worden we op de hoogte gehouden van de introductie van de ringstaartmaki bij twee vrouwelijke ringstaartmaki’s: ‘Hij is eind oktober uit quarantaine gekomen en verhuisd naar de Primatenafdeling. Zijn aandacht is nog steeds veel gericht op de verzorgers en als hij die niet krijgt, kan hem dat frustreren. Binnenkort wordt hij voorgesteld aan de twee vrouwtjes. Ondertussen werken we met speciale gedragstrainingen, om hem de natuurlijke gedragingen van een ringstaartmaki eigen te maken.’