Een nieuw familielid bij de gieren

In het voorjaar kreeg ARTIS een bijzonder nieuwkomertje: een jong van de Rüppells gier (Gyps rueppelli), afkomstig uit Diergaarde Blijdorp.

Een Rüppells gier kuiken vindt adoptieouders onder de vale gieren

In het voorjaar kreeg ARTIS een bijzonder nieuwkomertje: een jong van de Rüppells gier (Gyps rueppelli), afkomstig uit Diergaarde Blijdorp. Toen het kuiken nog maar negen dagen oud was, kwam het naar ARTIS om te worden grootgebracht door adoptieouders; een koppel vale gieren (Gyps fulvus). Het is een belangrijke stap binnen een groter project dat de populatie van gieren in Europese dierentuinen wil versterken.

Dubbele winst voor soortbehoud

In de natuur leggen gieren slechts één ei per broedseizoen, en brengen ze maximaal één jong groot. Dat maakt het lastig om de populatie op peil te houden. Blijdorp startte daarom een innovatief project: door het eerste ei kunstmatig uit te broeden, kan het ouderpaar een tweede ei leggen dat ze zelf grootbrengen. Het kuiken van het eerste ei wordt dan ondergebracht bij pleegouders in een dierentuin. Zo verdubbelt de opbrengst per broedseizoen en het is waardevolle winst voor het Europese soortbehoudsprogramma (EEP).


Toen het eerste kuiken veilig uit het ei kwam, verhuisde het naar ARTIS om daar te worden grootgebracht door pleegouders. “We hebben verschillende koppels die als adoptieouders kunnen fungeren,” vertelt dierverzorger Job van Tol. “Uiteindelijk is de keuze gevallen op een ervaren vrouwtje met een man. Zij heeft al eerder succesvol jongen grootgebracht, maar is inmiddels op een leeftijd dat ze waarschijnlijk geen eieren meer legt. Dit was dus een mooie kans om samen nog één keer een jong te verzorgen.”

Een zorgvuldige overdracht

De jonge Rüppells gier is niet in ARTIS uitgebroed, maar in Blijdorp. Het moment van overdracht is cruciaal: als een jong te vroeg of te laat wordt geïntroduceerd, kan het misgaan. “In Blijdorp hebben ze goed onderzocht wat het juiste moment is om het jong bij de adoptieouders te plaatsen,” legt Job uit. “Na zo’n negen dagen, als het kuiken wat sterker is, is de kans dat het goed gaat het grootst.”


De verzorgers letten daarbij op twee belangrijke signalen: gaan de adoptieouders het jong warmhouden en voeren ze het? “Dat zijn de cruciale stappen voor hechting. Als dat carrouselletje eenmaal loopt, dan weet je dat het goed zit.”


De eerste poging bij een ander koppel liep mis, de vogels ontfermden zich niet over het kuiken. Daarna volgde een tweede poging bij het oudere koppel, en dit keer ging het goed: “Ze namen het jong direct onder hun vleugels.”

Klein maar krachtig

Hoewel de Rüppells gier qua bouw sterk lijkt op de vale gier, is hij wat ranker en vlekkeriger van kleur. Bij jonge dieren is het verschil duidelijk: de Rüppells gier heeft een smaller kopje en een scherper snaveltje. Na ongeveer vier maanden is een jong even groot als zijn ouders en klaar om uit te vliegen. Toch blijft dit kuiken voorlopig nog wat afhankelijk van zijn adoptieouders. “Hij is al zelfstandig, maar bedelt af en toe nog om voedsel en zijn adoptieouders geven daar graag aan toe,” lacht Job.

De toekomst van de Rüppells gier

Het kuiken blijft niet permanent in ARTIS. Als onderdeel van het Europese soortbehoudsprogramma zal Blijdorp bepalen waar het naartoe gaat om later een onverwante partner te vinden. Zo draagt dit jong bij aan een gezonde, genetisch diverse populatie buiten het wild.


Rüppells gieren staan op de Rode Lijst van bedreigde diersoorten. In Afrika worden ze nog steeds getroffen door onder andere vergiftiging en jacht. Gieren zijn heel goed in het opsporen van karkassen. Als gieren boven karkassen rondvliegen, kunnen ze de locatie van stropers verraden. Om dit tegen te gaan, gieten stropers gif over de dode karkassen. De gieren die van het karkas proberen te eten, sterven massaal. Zo kunnen stropers ongezien te werk gaan. 


Deze bedreiging zorgt ervoor dat dit soort soortbehoudsprogramma’s tot op de dag van vandaag noodzakelijk zijn. “Uiteindelijk hopen we dat zulke adoptieprojecten niet meer nodig zijn,” zegt Job. “Maar zolang dat nog wel zo is, blijven we samen met andere dierentuinen werken aan het behoud van deze indrukwekkende soort.”