De Tanzaniaanse bloembidsprinkhaan komt voor in Zuidoost-Afrika. Hij is vooral te vinden op bloeiende struiken, waar hij jaagt op bloembezoekende insecten.

Wat eet hij graag?

Deze bidsprinkhaan eet vooral insecten zoals bijen en vlinders. 

Bidden voor het eten

De Tanzaniaanse bloembidsprinkhaan is een geduldige rover. Urenlang wacht hij op een prooi terwijl de twee voorpoten als in gebed zijn opgeheven. Vandaar ook de naam bidsprinkhaan. Komt een nietsvermoedende prooi voorbij dan slaat de bidsprinkhaan snel toe. Zijn dodelijke grijppoten werken als een tang: de dij en scheen klappen samen zodat de stekels erop in elkaar vallen. De beklemde prooi wacht een gruwelijk lot. Hij kan geen kant op en wordt levend opgegeten. Na de maaltijd maakt de bidsprinkhaan zijn grijppoten grondig schoon met zijn monddelen.

Kannibalen

Tanzaniaanse bloembidsprinkhanen jagen niet alleen op andere insecten, maar ze beschouwen ook soortgenoten als prooi. Dat maakt de paring een hachelijke zaak. Het vraatzuchtige vrouwtje kan het mannetje zo de kop afbijten. Een onthoofd mannetje heeft echter nog een trucje achter de hand: de zenuwknopen in zijn achterlijf blijven namelijk actief, en dus kan hij de paring ook zonder kop voortzetten. De nimfen van bidsprinkhanen zijn ook kannibalen: broers en zussen eten elkaar op zodat uiteindelijk maar een klein deel van de jongen overblijft.