Stierkophaaien zijn trage vissen die in ondiep water in de Stille Oceaan, tussen de 2 en 11 meter, leven. Ze houden zich overdag vooral schuil tussen rotsen of kelp en zijn ‘s nachts actief. Door hun grote vinnen kunnen zich gemakkelijk over de zeebodem voortbewegen. De stekel net voor zijn rugvin helpt bij verdediging tegen predatoren

Wat eet hij graag?

Met zijn meerdere rijen scherpe voortanden pakt de stierkophaai de prooi vast om deze vervolgens met de platte tanden achterin de bek te vermorzelen. Hij eet verschillende schelpdieren, zeekomkommers, kreeftachtigen en soms een bodemvis. 

Gat achter ogen 

Vrijzwemmende haaien en roggen halen adem door met de wangspieren water in de bek te zuigen en door de kieuwspleten weer naar buiten te duwen. Bodembewonende haaien en roggen hebben echter vaak hun bek aan de onderkant. Deze haaien en roggen zouden veel zand binnen kunnen krijgen als ze ook zo zouden ademen. Daarom hebben deze bodembewonende soorten als speciale aanpassing het spiraculum, een gaatje achter de ogen waardoor zij het water aanzuigen. De kleine verpleegsterhaai, de stierkophaai, de hondshaai, de bruinbandbamboehaai en de epaulethaai uit ARTIS zijn allemaal bodembewoners met deze aanpassing. Bij de epaulethaai en de roggen in het ARTIS-Aquarium is het spiraculum heel goed te zien.

Wokkelvormige eieren

De eieren van de stierkophaai zijn wokkelvormig en erg groot vergeleken met de moeder, ongeveer 13 centimeter. In de oceaan rollen de eieren over de bodem waardoor de schaal slijt of er wordt door slakken of roofdieren aan de schaal gegeten. Daardoor komen de jonge haaien makkelijker uit het ei. In ARTIS, waar de eieren minder slijten, helpen de verzorgers de jonge haaien een handje door de eieren met de hand te pellen. ARTIS coördineert het Europese fokprogramma voor deze soort.