De roodoogmakikikker leeft in de tropische regenwouden van Midden-Amerika. Hier is hij veelal te vinden in de buurt van een rivier.

Wat eet hij graag?

Roodoogmakikikkers eten vrijwel alle insecten die in hun bek passen, zoals krekels, motten, vliegen en sprinkhanen. Soms eten ze zelfs kleinere kikkers.

Zuignapjes

’s Nachts wordt de roodoogmakikikker actief en gaat hij op jacht. Overdag houdt hij zich schuil tussen de bladeren en rust hij. Door zijn groene schutkleur valt hij daar nauwelijks op. Aan elke voorpoot heeft de roodoogmakikikker vier vingers en aan elke achterpoot vijf tenen die werken als een soort zuignapjes waarmee hij zich goed kan vasthouden aan takken en bladeren. 

Handige kleuren

Veel kikkersoorten hebben een camouflagekleur om niet op te vallen tussen de planten. Anderen zijn juist felgekleurd om vijanden te waarschuwen dat ze giftig zijn. Roodoogmakikikkers hebben beide eigenschappen. Met de poten ingetrokken zijn de donkerblauwe of paarse kleuren op hun flank en geeloranje vingers en tenen niet zichtbaar. Wanneer de bloedrode ogen ook gesloten zijn is deze kikker bijna onzichtbaar als hij op een blad zit. Wanneer een vijand in de buurt komt spreidt de roodoogmakikikker zijn poten en opent zijn ogen om hem zo af te schrikken.