Mandarijnvissen zijn te vinden in de Filipijnen, Indonesië, Hong Kong, Australië en Nieuw-Guinea. De tropische vissen leven tussen koraal en in lagunes in water met een temperatuur tussen de 24 en 26 graden.

Wat eet hij graag?

De mandarijnpitvis heeft een relatief kleine mond, waardoor de vis alleen maar kleine beestjes kan eten. In het rif zijn er hiervan genoeg te vinden. Op de bodem van de zee doet de mandarijnvis zich te goed aan kleine kreeftachtigen, zoals vlokreeften en pissebedden, of kleine wormen.

Op de zeebodem lopen

Mandarijnpitvissen zijn slome, schuwe en veelal passieve vissen. Ze hebben grote waaierachtige vinnen onder hun lichaam die vaak gebruikt worden om op de zeebodem te lopen. Mannetjes zijn erg territoriaal en tolereren geen andere mannetjes in de buurt. 

Geen schubben

In tegenstelling tot veel vissen heeft de mandarijnvis geen schubben, maar beschermd hij zichzelf met een laag slijm die bitter smaakt. Ook heeft hij zakvormige cellen op zijn huid waarmee hij stoffen, waaronder een paar giftige, uitscheidt.

Bevruchting

’s Nachts zwemmen mandarijnvissen naar hogere gebieden in het rif om voor nakomelingen te zorgen. Lichamelijk contact is hiervoor niet nodig. De vrouwtjes laten hun eitjes los, en de mannetjes hun sperma. Als die twee samenkomen, , heeft de bevruchting plaatsgevonden. Het aantal eieren kan nogal variëren, van 12 tot 205 stuks.