De Maleise tapir leeft in het tropische regenwoud, in de buurt van water. Hij voelt zich op zijn best in laaggelegen, moerassige gebieden met dicht struikgewas.

Wat eet hij graag?

De tapir is een herbivoor, hij eet grassen, bladeren, waterplanten en takken. Hij pakt zijn voedsel met zijn beweeglijke slurfachtige bovenlip, die hij ver kan uitsteken. Zo kan hij bij moeilijk bereikbare takken en bladeren.

Zwemmer

De Maleise tapir is een goede zwemmer. Hij kan met gemak brede rivieren oversteken. Ook vlucht hij soms het water in als een roofdier zoals een tijger hem achterna zit. Tijdens de middaghitte neemt de tapir geregeld een verkoelend bad. Het water beschermt hem tegen stekende insecten en parasieten.

Camouflage

Na een draagtijd van 390 tot 400 dagen brengt het vrouwtje één jong ter wereld. Het jong loopt al snel met de moeder mee. Volwassen tapirs zien er heel anders uit dan de jongen. Bij een volwassen dier is het voorste deel van zijn lichaam en de poten zwart, de rest is wit. De jongen zijn de eerste zes maanden bruin met witte strepen en stippen; een goede camouflage in het tropische struikgewas.
 

Is geadopteerd door: