De luipaardgekko komt voor in woestijnen in India en Pakistan. Ze leven in droge gebieden. Ze hebben echte oogleden, die bij andere gekko’s ontbreken. Ook op een ander punt verschilt de luipaardgekko van andere gekko's. Het zijn namelijk minder goede klimmers. Ze hebben namelijk geen hechtschijfjes aan hun tenen, maar klauwtjes.

Wat eet hij het liefst?

De luipaardgekko eet in de zomer veel kevers, spinnen, sprinkhanen en zelfs schorpioenen. In de winter overleeft de gekko zijn maandenlange winterslaap van de vetreserves. Dit vet slaat de luipaardgekko op in zijn staart. Voor zijn winterslaap de staart zo’n 40 gram, terwijl het dier zelf in het voorjaar in totaal nog maar 60 gram weegt. Dan is er van zijn staart ook nog maar weinig over. 

Klauwen

Luipaardgekko’s zijn nachtdieren, en schuilen overdag onder stenen of in holen. Als zij zich laten zien, dwalen ze meestal over de grond. Ze kunnen met hun klauwen ook op stenen en takken klimmen, waar zij makkelijk warmte op kunnen nemen via hun buik.

Wisselen 

Elk van de 100 tanden die de luipaardgekko heeft, kan hij vervangen. Dit verschijnsel wordt polyfyodontie genoemd. Dit betekent dat tanden gedurende het leven constant vernieuwen.