De lama is een bergbewoner die zich thuisvoelt op 2300 tot 4000 meter hoogte in de Andes, ten zuidwesten van Zuid-Amerika. Zijn dikke, wollen vacht beschermt tegen temperatuurwisselingen en de smalle, beweeglijke eeltkussens onder zijn poten bieden houvast op steile hellingen.

Wat eet hij graag?

Het dieet van de lama is plantaardig en bestaat uit bladeren, knoppen, grassen, kruiden en mossen.

Huisdier

Hij komt niet voor in het wild, maar wordt als huisvee gehouden. De lama stamt af van de guanaco, die 6000-7000 jaar geleden werd gedomesticeerd. De Inca’s gebruikten de lama als lastdier in de zilvermijnen, aten het vlees en gebruikten de wol om kleding en touw van te maken. Van de huid fabriceerden ze schoenen en van het vet werden kaarsen gesmolten. Zelfs de gedroogde mest kreeg een functie: als brandstof. Lama’s kunnen over lange afstanden ruim 50 kilo op hun rug dragen. Ook zijn ze goed bestand tegen de grote hoogte van het Andes-gebergte in Zuid-Amerika. De dieren werden veel in karavanen gebruikt om koopwaar, goud en zilver te vervoeren om vervolgens handel te drijven in verschillende steden.

Sociaal

Lama’s leven in groepen en zijn erg sociaal, ook naar andere dieren. Als er bijvoorbeeld een schaap in de buurt is, nemen ze deze op in de groep en beschermen hem alsof hij een van hen is.
 

Is geadopteerd door: