De fennek is zeer goed aangepast aan het leven in de woestijnen van Noord-Afrika. De aanwezigheid van grassen of lichte vegetatie is wel belangrijk. Hij gebruikt die namelijk om op te slapen, om te schuilen en om een nest mee te maken.

Wat eet hij graag?

Zijn dierlijke voedsel bestaat uit insecten, eieren, vogels, hagedissen en knaagdieren, maar de fennek eet ook fruit, bladeren en wortels. Meestal zoekt hij zijn voedsel 's nachts. Hij hoeft in principe niet te drinken; hij gebruikt de vegetatie als waterbron. 

Grote oren

De oren van de fennek zijn wellicht hun meest karakteristieke uiterlijke kenmerk. Ze zijn, vergeleken met de kleine schedel, erg groot. De oren zijn 15 cm lang en worden zowel gebruikt om warmte kwijt te raken als om prooien te lokaliseren. Ze zijn in staat geluiden te horen die vele centimeters onder het zand vandaan komen.

Woestijndieren

In de woestijn wordt het overdag heel warm en kan het ’s nachts heel koud worden. Fenneks hebben een dikke vacht die hen tegen de kou beschermt. Ze raken de hitte van de dag kwijt doordat er veel bloed door de oren stroomt. Omdat daar een dunnere vacht zit, kan de hitte uit het bloed makkelijk ontsnappen. Zo koelt het bloed af, en de fennek zelf ook.
 

Is geadopteerd door: