In 1866 werd er een nieuw stuk grond aangekocht met het rijstpakhuis de Volharding er op. Op de fundamenten hiervan werd een Etnografisch Museum gebouwd door architect A.L.van Gendt. In 1888, toen ARTIS haar 50-jarig bestaan vierde, werd het nieuwe museum geopend. Het nieuwe museum had aan de zijkanten van het gebouw de stallen voor runderen en roofvogels.

Bestemmingen

Aan de Westzijde waren kooien voor gieren en grote roofvogels. In 1921 verhuisde de etnografische collectie (ruim 10.000 voorwerpen) van ARTIS naar het toenmalig Koloniaal Instituut, nu het Tropenmuseum. Daarna vestigde het Zoölogisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam zich op de bovenverdieping (verbouwing, inclusief extra verdieping onder de kap, door B.J. Ouëndag). Sinds 1986 zijn hier ARTIS-kantoren gehuisvest. In 1995 werd op de begane grond het Nachtdierenhuis (ontwerp C.P. van Dashorst) geopend en kwam via de herstelde middendoorgang de Collegezaal uit 1921 opnieuw in gebruik. Tot slot opende in 2003 de fraaie, hoge Gierenvolière aan de Westzijde, een ontwerp van architectenbureau Vroegindewey. 

Kinderen

Overigens werd rond 1895 naast de Volharding de allereerste ARTIS-speeltuin geopend. Zij het niet zozeer om de kinderen van de leden een plezier te doen, maar om elders in de tuin van al die kleine drukte af te zijn.