Op de Zuid-Amerika Pampa van Artis leven een
wilde en een tamme lama-achtige, de lama en de vicuņa. Netjes van elkaar gescheiden
omdat beide nauw verwante soorten niet samen gehouden kunnen worden. In
Artis houden beide hengsten elkaar vanaf hun uitkijkposten scherp in
de gaten.
Vicuņa's
Sporthart van nature
De fręle vicuņa is een typische bewoner van het
hooggebergte, boven 4000 meter. Daar overleven ze probleemloos het lage
zuurstofgehalte zonder ademnood dankzij het krachtige pompen van hun
grote hart en de eigenschappen dat hun bloed meer zuurstof opneemt en dat
hun rode bloedlichaampjes 2,5 keer langer leven dan normaal. De wol van deze
'wilde lama' geeft op natuurzijde na de fijnste en zachtste
stof ter wereld. In het verleden kostte dat vicuņa's bijna de kop. De vicuņa is kleiner en teerder gebouwd dan de
verwante guanaco, die elders in Artis verblijft.
Lamahengst
Lama als huisdier
Net als de kleinere alpaca van het Kamelenveld werd de
lama ruim 4000 jaar geleden in Zuid-Amerika gedomesticeerd uit de wilde guanaco. Waarschijnlijk was de domesticatie van beide soorten - de lama als
lastdier en vleesproducent en de alpaca als wolleverancier - mede bepalend voor
de ontwikkeling van de Indianenculturen in de Andes. Naast vlees levert de lama
trouwens ook wol voor kleding en touw, brandstof uit gedroogde mest, sandalen
uit de huid en vet voor kaarsen.
Naast de lama, de vicuņa en elders de guanaco, leeft op het
Kamelenveld van Artis nog een andere lama-achtige: de alpaca.