multifunctioneel slurfje
Een beetje een raar dier om te zien, de Maleise tapir. Hij ziet er een beetje uit als een uit de kluiten gewassen varken, met een heel opvallend kenmerk - zijn beweeglijke snuit, of eigenlijk slurf.
beweeglijk en handig
Zijn slurf is lang niet zo lang is als die van een olifant, maar wel de langste van alle tapirs. Naast de Maleise tapir leven in Zuid-Amerika nog drie soorten tapirs. De slurf bestaat net als bij de olifant uit een verlengde neus en bovenlip. Toch heeft het ontstaan van beide slurven niets met elkaar te maken. Ze zijn afzonderlijk ontwikkeld, een geval van ‘convergente evolutie’. Tapirs zijn dan ook geen familie van de olifant, maar van het paard en de neushoorn.
allerlei spieren
In de slurf zit geen enkel botje, ook geen kraakbeen. Hij is helemaal opgebouwd uit spieren die in de lengte, overdwars en spiraalvormig zijn gerangschikt. Een tapir kan zijn slurfje dan ook alle kanten opdraaien, verlengen of verkorten, kortom het is een superhandig orgaan dat voor allerlei taken dient.
grijpen en snuffelen
Op het land gebruikt hij zijn slurf om dingen te onderzoeken, te besnuffelen om te kijken of het geschikt is als voedsel. Hij kan er blaadjes, takjes en vruchten mee grijpen en naar zijn bek brengen. Ook ruikt hij of er soortgenoten in de buurt zijn, of juist vijanden zoals de tijger. Mannelijke tapirs flehmen ook als ze willen checken of een vrouwtje paringsbereid is. Zij staan dan in een bepaalde houding met het slurfje omhoog en brengen zo de geurmoleculen in contact met een speciaal reukorgaan, het orgaan van Jacobson.
snorkelen
Tapirs eten ook waterplanten. Als hij onder water bezig is, sluit hij zijn neusgaten af. En als de tapir dan even lucht moet happen, gebruikt hij zijn slurf als snorkel.


















facebook
twitter